4 feb. 2013

Alraune (1928, Henrick Galeen) - 100 Jaar Horror

Een wetenschapper, Jakob ten Brinken, (Paul Wegener, de zeer herkenbare acteur die gestalte gaf aan de Golem in de gelijknamige film) besluit te experimenteren omdat hij wil weten of een persoon crimineel en onbehoorlijk gedrag meekrijgt van zijn ouders of dat dit door de opvoedende factoren bepaald wordt. Daarom besluit hij het zaad van een opgehangen man te gebruiken om een prostitué te bevruchten. Klinkt behoorlijk ranzig maar aangezien het een film uit 1928 wordt dit alles niet zo nadrukkelijk uitgesproken maar vooral geïnsinueerd.

Het meisje, Alraune genaamd, wat hier uit voortkomt stopt hij in een tehuis. Maar als zij er van door gaat met een jongen gaat Jacob er achteraan en besluit haar onder zijn hoede te nemen en haar gedrag te bestuderen. Als snel krijgt Alraune meer aandacht van de mannen en ze besluit er weer van door te gaan. Maar dan vind ze het dagboek van Jacob en leest ze alles over haar leven. Ze staat op het punt Jacob wat aan te doen in zijn slaap maar besluit hem op een geheel andere manier terug te pakken.

Een aardig plot wat een behoorlijk angstaanjagende horrorfilm zou kunnen opleveren maar helaas wordt ook in deze stomme film gekozen voor de dramatische aanpak. Alhoewel de film een paar behoorlijk provocerende scenes kent valt er niet veel te griezelen. Ondanks dat het een Duitse film is uit de twintiger jaren is het geen expressionistische film dus valt er ook niet veel te genieten op het visuele vlak.


Het acteerwerk van Wegener en vooral Brigitte Helm (de vrouw die één van de meest memorabele robots uit de filmgeschiedenis speelde in Metropolis) is wel zeer goed. Maar ik had nogal moeite met de lange droge scenes zonder dat er spanning bij kwam kijken. En dus het feit dat dit toch echt meer een drama met een paar intense moment was dan een horrorfilm. Wellicht dat men er in die tijd nogal anders over dacht.

Maar zoals ik al eerder schreef in een review voor 100 jaar horror, ik kijk uit naar de films met vampieren en andere monsters. Kastelen en dreigende onweer buien, Mad scientists en mistige begraafplaatsen.

Trivia: Regisseur Henrik Galeen schreef de screenplays voor Der Golem (1915) en Nosferatu (1922)

Score:

24 jan. 2013

Noidan Kirot (Teuvo Puro, 1927) - 100 Jaar Horror

1927 was niet echt een productief jaar voor horrorfilms, IMDB spreekt maar van negen films en de meest bekende film van dit jaar, Tod Brownings London after Midnight is nog altijd verloren. De hoogst gewaardeerde film van 1927 is ook een Tod Browning film maar die laat ik even aan me voorbij gaan want dit zou anders de derde film in korte tijd zijn met Lon Chaney in de hoofdrol. Hiervoor in de plaats heb ik gekozen voor een Finse film. Finland staat volgens mij nou niet echt bekend om zijn genrefilms en naast Sauna (2008) kan ik mij geen andere Finse film voor de geest halen. Benieuwd dus wat ze er in 1927 van bakte.

Grappig genoeg is het eerste shot van de film er gelijk één van een rendier. Een rendier die een slee trekt met Simo en Selma, een verloofd stel wat gaat kijken naar hun toekomstig huis. Bij het huis ontmoeten ze Elsa, de blinde zus van Simo. De twee vrouwen zijn wel erg blij elkaar weer te zien en hun begroeting doet een meer dan familiaire relatie vermoeden, helaas wordt hier verder in de film geen aandacht meer aan besteedt.

Zodra het stel getrouwd en gesetteld is besluit Simo de koe van Selma te halen uit haar oude woonplaats (ja, andere tijden en een andere cultuur!). Een reis per bootje van een paar dagen. Tijdens Simo's afwezigheid verteld Elsa over de vloek van de heks Jankutta, een heks die eeuwen geleden vermoord is door de inwoners van het gebied waar ze nu wonen. Vlak voor zijn dood vervloekte hij het land en de mensen die het zullen bewonen. Als klap op de vuurpijl staat zijn oude offersteen op het land van Simo en Selma, en Selma is ook nog zo dom om erop te gaan zitten. Dat voorspelt natuurlijk niets goeds en al snel begint de misère.


Als Selma even alleen op pad gaat wordt ze aangerand door de dikke en gebochelde Sakari. Selma houdt het altijd verborgen voor Simo maar het drukt hevig op de relatie en ze is ook nooit echt gelukkig. Als hun vervelend kind steeds meer begint te lijken op de oude Sakari begint Simo echter wat te vermoeden en al snel komt de waarheid uit. Maar wraak kan Simo niet meer nemen want Sakari is jaren geleden gestorven tijdens een steekpartij. Hun zoon komt om door een ongeluk en ook de zieke Elsa laat het leven. Het lijkt erop dat de vloek van Jankutta zijn werk doet. Totdat op een dag agenten aankloppen die op Sakari jagen, Simo werkt maar al te graag mee.

Het begint inmiddels een dooddoener te worden maar Noidan Kirot is maar nauwelijks een horrorfilm te noemen. Ik had graag gezien dat de bovennatuurlijke elementen wat sterker aanwezig waren geweest. In plaats daarvan worden ze niet uitgewerkt en totaal overstemd door het drama. Jammer, want een korte scene van een behaard beest wat Simo tergt terwijl hij een nachtmerrie heeft doet verlangen naar meer.

 
Het is vooral de klassieke muziek (uit 2010) die moet zorgen voor de spanning en ondanks dat het een fraai stukje muziek is past het vaak niet bij de scenes. Zo wordt een normaal boottochtje met aardige natuur plaatjes voorzien van in hevigheid opzwellende spannende muziek, spanning die op het scherm totaal niet aanwezig is. Natuurlijk kun je dit de film niet aanrekenen maar de mensen achter de restauratie, wat voor de rest overigens goed gelukt is want de film ziet er goed uit. Nou weet ik niet zeker of deze restaurateurs ook gekozen hebben voor de bijna psychedelische kleurtinten of dat dit in het origineel ook al het geval was. Het lijkt er mijn inziens wat op dat de restaurateurs de film gewoon wat interessanter wilden maken dan dat hij eigenlijk is. Want ik denk dat de film vooral interessant is uit historisch en cultureel standpunt, en niet zo zeer als film zelf. Vooral niet voor liefhebbers van (oude) horrorfilms. De film voelt ook als een stapje terug in de tijd na films als A Page of Madness en The Phantom Carriage.

Trivia: Beschouwd als de eerste Finse horror allertijden.   

Score:

21 jan. 2013

A Page of Madness / Kurutta ippêji (Teinosuke Kinugasa, 1926) - 100 Jaar Horror

Voor deze challenge probeer ik films te selecteren uit zo veel mogelijk landen dus toen ik zag dat er voor 1926 een Japanse film beschikbaar was moest ik die natuurlijk gaan zien. Japan heeft een rijke filmgeschiedenis maar erg veel valt er niet te vinden uit de jaren van de stomme film. In ieder geval voor ons westerlingen niet.

A Page of Madness is ook gelijk totaal iets anders dan wat ik tot nu toe gezien heb. De film heeft geen titelkaarten en dus is het totaal aan jezelf om iets van het verhaal te maken. Althans de grote lijnen want deze film heeft niet echt een duidelijk verhaal. Voor zo ver ik het meekreeg heeft een man een baantje als conciërge in een gesticht om zo dichter bij zijn vrouw te zijn en haar uiteindelijk helpen te ontsnappen. Ze zit gevangen in de instelling omdat ze geprobeerd heeft hun kind te verdrinken. En dat is het eigenlijk wel. Het is voornamelijk een film die je meeneemt in de geest van de waanzinnige patiënten van het gesticht. En deze bizarre en surrealistische film slaagt daar behoorlijk goed in.

De hele trukendoos aan filmtechnieken die men toen tot de beschikking had wordt hiervoor ingezet. Dubbele belichtingen, lange zooms, scheve camera standpunten en technieken die ik tot nu toe nog niet zag in de films die ik keek voor 100 Jaar Horror: korte trackingshots en snelle montage. Soms heb je zelfs het idee dat je naar een videoclip aan het kijken bent die gebruik maakt van oude filmbeelden. Met andere woorden, deze film was zijn tijd ver vooruit!

Door deze technieken en scenes blijft de film zijn looptijd van 59 minuten dan ook makkelijk boeien, iets waar ik op voorhand niet zeker van zou zijn had ik geweten dat het een film zonder titelkaarten of een verhalend geheel. Ik weet trouwens niet helemaal zeker of de hele film bewaard is gebleven want het voelde wel alsof er wat stukken misten van de film, en dat er misschien ook wel iets meer verhaal inzat dan ik er van mee kreeg.

De film is in de jaren zeventig pas terug gevonden en toen is er ook een soundtrack bij gemaakt. Muziek die de film nog net even wat extra's mee geeft en het geheel ook nog wat duisterder maakt. Mysterieuze oosterse muziek wat uitstekend bij het thema past en soms zelfs industrieel aan doet.



Ook A Page of Madness is misschien niet eens een film die je echt horror kunt noemen. Maar het onderwerp en de uitvoering zijn zo bizar, duister en surrealistisch dat de film niet misstaat in 100 Jaar Horror.

Nieuwsgierig geworden naar de regisseur pakte ik natuurlijk IMDB er even bij waar ik zag dat hij meer dan 100 films op zijn naam heeft staan. Vanaf begin jaren twintig tot aan halfweg de zestiger jaren. Onder deze films onder andere Gate of Hell (1953) die in 1954 het Cannes filmfestival won. Een film die ik maar eens moet opzoeken.

Trivia:
De film was verloren gewaand maar regisseur Teinosuke Kinugasa vond hem in de jaren zeventig terug in een schuur.

Score:


  

20 jan. 2013

The Monster (Roland West, 1925) - 100 Jaar Horror

Voor 1925 wou ik eigenlijk graag een andere film gaan kijken, namelijk Maciste in Hell (Maciste all'inferno). Een vroege peplum die zich grotendeels afspeelt in de onderwereld en afgaand op de screenshots die ik zag een visueel interessante film die wel eens wat weg kon hebben van Haxan. Maar helaas, de versies die ik vond bleken qua beeldkwaliteit bijna niet te doen. Dus daarom maar uitgeweken naar keuze B, deze horrorkomedie met wederom Lon Chaney (hij kwam al eerder voorbij in The Hunchback of the Notre Dame).

We worden gelijk in de actie afgezet wanneer we een eng geschminkte gestalte in een zwarte kap een val voor een automobilist zien opzetten. Door middel van een grote spiegel na een bocht wordt een bestuurder gedwongen zijn auto hardhandig naast de weg te parkeren waarna hij overmeesterd wordt en meegenomen. Via een titelkaart komen we erachter dat het verdwijnen van dit persoon het grootste nieuws in het dorp is sinds iemand er met de melkboer mee vandoor is gegaan. Een van meerdere grappige titelkaarten in de film.

Er wordt $5000 uitgeloofd voor diegene die de vermiste Bowman terugvindt. Een mooie kans voor winkelbediende en aspirant detective Johnny Goodlittle om indruk te maken op de dochter van zijn baas, Betty. Gewapend met zijn zojuist verkregen diploma, pistool en handboek gaat hij op onderzoek uit. Het spoor brengt hem al snel naar het oude sanatorium waar hij door een samenloop van omstandigheden opgesloten raakt samen met Betty en Amus Rugg, zijn rivaal als het gaat om Betty.


Het blijkt dat het sanatorium niet zo verlaten is als gedacht en dat er een bont gezelschap toe houdt onder leiding van de vreemde dokter Ziska (de altijd eng kijkende Lon Chaney). Het blijkt dat deze niks goeds in zin heeft en Johhny moet dus behoorlijk aan de bak als nieuwbakken detective.

The Monster was, ondanks dat de humor niet altijd even leuk is, een welkome verandering van spijs na alle dramatische horrorfilms die ik keek voor 100 Jaar Horror. Deze film is een stuk lichter dan alle voorgaande en de horror zou je kunnen omschrijven als Scooby Doo horror. Buiten onweert het hevig en in het spookhuis waren niet te enge figuren rond en zo nu en dan komt er een dreigende hand achter een deur vandaan die de helden proberen te pakken. Helemaal niks mis mee op z'n tijd. The Monster was prima vermaak zonder echt heel grappig of eng te worden maar heeft wel een paar trage momenten waar je even doorheen moet.

Trivia: De film was een bewerking van een toneelstuk uit 1922

Score:

17 jan. 2013

Orlacs Hände (Robert Wiene, 1924) - 100 Jaar Horror

Het is het laatste concert van pianist Paul Orlac en hij verlangt zielsveel naar Yvonne, zijn vrouw. Maar de trein waarin hij zit verongelukt. Een mooi gemaakte scene maar een voorbode van wat ons te wachten staat want de scene duurt misschien wel een dikke tien minuten zonder dat er al te veel gebeurt. Yvonne vindt haar man nog levend en hij wordt snel naar een kliniek gebracht, daar wordt ze ingelicht dat hij buiten levensgevaar is maar dat zijn handen niet meer te redden waren. Met grootse gebaren en drama maakt ze duidelijk dat Paul zijn handen zijn leven zijn en dat de dokter iets moet doen. De dokter beschikt nog over het lichaam van een moordenaar, Vasseur, die eerder op de dag is geëxecuteerd en besluit tot een experiment. Paul krijgt de handen van Vasseur.

Orlac is nog maar net bij bewustzijn of hij begint al een verschijning van een vreemde man te zien. En ook in zijn dromen is hij niet veilig voor de man. Beide erg sterke scenes. Maar Orlac komt pas achter wat er gebeurt is als hij een briefje in zijn bed vindt waarop de waarheid geschreven staat. Vervolgens gaat hij op onderzoek uit naar de geschiedenis van Vasseur en hoe verder hij komt hoe meer hij er van overtuigt is dat hij zijn handen niet zelf onder controle heeft. Als het moordwapen van Vasseur ook nog opduikt in zijn huis vordert zijn psychische aftakeling met rasse schreden.

Piano spelen is onmogelijk met deze handen dus een inkomen is er niet meer en het echtpaar raakt langzamerhand in financiële problemen. Daarom brengt Yvonne een bezoekje aan de vader van Paul (het visuele hoogtepunt en tevens de meest sfeervolle momenten van de film) om te vragen of hij ze kan helpen. De vader blijkt echter zijn zoon te haten en denkt er niet aan om ze te helpen. Hopeloos dat ze zijn waagt Paul zelf ook nog een poging maar wanneer hij bij zijn vader aankomt blijkt hij vermoord... met het moordwapen van Vasseur.


Orlacs Hände is een film uit het Duitse expressionisme tijdperk, en ondanks dat het niet de bekendheid geniet van films als, Nosferatu, Das Cabinet des Dr. Caligari of Der Golem staat hij wel bekend als een meesterwerk. Ik vindt het niet zo moeilijk te begrijpen waarom deze film niet dezelfde status geniet als eerder genoemde films want op het visuele vlak is deze film een stuk minder te genieten. Er zijn weliswaar een paar uitstekend belichte scenes met mooi schaduwwerk maar het is allemaal een stuk minder flamboyant. Het grootste euvel van Orlacs Hände vond ik echter het tempo van de film, of beter gezegd het ontbreken daarvan. Scenes duren voort en er wordt soms wel erg lang stilgestaan bij de theatrale dramatische gebaren en uitdrukkingen van het getormenteerde echtpaar Orlac. Best wel jammer want tegen het einde krijgen we nog een paar leuke wendingen maar daarvoor moet je wel eerst dik anderhalf uur drama verbijten.


Nu ben ik al geen grote fan van psychologische horror, psychologische horror in het tijdperk van de stomme film is blijkbaar al helemaal niet weggelegd voor mij. Ik verlang inmiddels behoorlijk naar een paar vampieren, levende doden, demonen of andere filmmonsters.

Wel weer leuk om te zien is dat ook dit idee alweer zo oud is. Want als horrorliefhebber heb je vast wel eens een film gezien met een plot gelijk aan deze. Frankenstein and the monster from hell (1973) en Body parts (1991) schieten me zo te binnen maar het zullen er ongetwijfeld nog meer zijn. (laat eens een opmerking achter als je er nog meer weet!)

Trivia: De film was jaren lang incompleet, pas in 1995 werd hij volledig hersteld. In 1935 volgde een Amerikaanse remake en in 1960 een Frans/Engelse versie (met Christopher Lee).

Score:




9 jan. 2013

The Hunchback of the Notre Dame (Wallace Worsley, 1923) - 100 Jaar Horror

Als je op deze manier door de jaren van horror gaat kom je natuurlijk vanzelf uit bij de Universal studios. Natuurlijk vooral bekend om de reeks horrorfilms die uitkwamen in de jaren 30 en 40 (Dracula, Frankenstein, The Wolfman, etc.) maar ook in het tijdperk van de stomme film waren ze al actief bezig met horror. The Hunchback of the Notre Dame was hun eerste succes met dit genre en zorgde ervoor dat ze twee jaar later met The Phantom of the Opera kwamen, hun eerste volbloed horrorfilm. Want eigenlijk kun je The Hunchback of the Notre Dame geen horrorfilm noemen, hoewel de gebochelde (intens maar ook wat over de top gespeeld door Lon Chaney) behoorlijk afstotelijk is opgemaakt speelt de film niet in op het horror vlak. Natuurlijk heb je met een set als de (volledig nagebouwde!) Notre Dame kathedraal de neiging om dit gothic horror te noemen, en inderdaad, de sets zijn prachtig maar worden ook niet gebruikt om een onheilspellend sfeertje te creëren maar meer om simpelweg te imponeren.


Ik ga er trouwens vanuit dat de meeste filmliefhebbers wel bekend zijn met verhaal dus dat ga ik hier niet uitgebreid beschrijven. In het kort: een gebochelde leeft als outcast in de kathedraal van Notre Dame, de enige die hem ooit genegenheid heeft getoond is Esmeralda waar hij dan ook wat voor voelt. Maar hij is niet de enige wat uiteindelijk zelfs in een klassenoorlog uitmond.  

Zoals gezegd was dit een boxoffice succes voor Universal en het is niet moeilijk te zien waarom. De film is groots opgezet met indrukwekkende sets, massale plein scenes met misschien wel honderden extra's, prachtige kostuums en natuurlijk de obligate romance. Een waar spektakelstuk voor de bioscoopbezoekers in de jaren twintig. Maar al deze factoren maken natuurlijk nog niet per se een goede film. En vooral het contrast met de films die ik hiervoor zag (The Phantom Carriage en Haxan) is behoorlijk groot. Zo voelt The Hunchback of the Notre Dame best wel naïef in vergelijking met The Phantom Carriage, vooral op de manier hoe het verhaal verteld wordt en de hoeveelheid tijd wat daarvoor genomen werd. De film duurt op 3 minuten na twee uur en dat is naar mijn mening wat aan de lange kant voor dit verhaal. Er zijn aardig wat scenes die korter hadden gemogen en subplots die geheel weggelaten kunnen worden zodat er wat misschien wat meer gefocust kon worden op een kleiner aantal karakters. Ook het acteerwerk is in The Hunchback veel meer "toneel" dan in eerder genoemde films.

The Huchback of the Notre Dame laat zich misschien nog wel het beste vergelijken met de mindere blockbusters van tegenwoordig: Veel spektakel en weinig diepgang. Ondanks dat is het geen vervelende film om te zien alleen had het van mij dus iets sneller en strakker gemogen.

Trivia: Lon Chaney kreeg voor de film $2.500 per week betaald en het maken van de film duurde zo'n half jaar.

Het geschatte budget bedraagde $1.250.00.

Score:  
 

7 jan. 2013

Häxan (Benjamin Christensen, 1922) - 100 Jaar Horror

Häxan of Witchcraft Trough the Ages is een gevalletje apart. Want de film presenteert zich als documentaire maar neemt het niet zo nauw met de historische feiten en schotelt ons liever een scala aan groteske scenes voor. Dit is waarschijnlijk de eerste faux documentaire ooit. Ook maar goed dat voor deze aanpak gekozen is in plaats van een natuurgetrouwe weergave want anders hadden wij nooit deze zeer vreemde maar uiterst vermakelijke film gezien. 

Eerst even wat over hoe ik de film zag. Ik heb deze film op het grote scherm gezien (nou ja, soort van). Häxan was onderdeel van het Groningse ADHD filmfestival in de RKZ Bioscoop. De film werd ingeleid en voorzien van een live soundtrack door Kevin Toma (en Friends). Ik was behoorlijk enthousiast want zo vaak krijg je de kans niet om zoiets te zien als je in het hoge Noorden woont. Helaas was de vertoning niet in de mooie vernieuwde bioscoopzaal maar in een zaaltje ernaast. En jammer genoeg waren er van de rijen plastic stoelen maar een 15 tal bezet, waarvan een derde ook nog regelmatig de zaal verlieten. De film werd geprojecteerd vanaf een dvd op een behoorlijk doek alleen werd dat doek niet geheel gebruikt en daar kwam nog bij dat de muzikanten war licht nodig hadden. Al met al niet echt ideale omstandigheden en niet de bioscoopvertoning waar ik op gehoopt had.

De live soundtrack was daarentegen flink in orde met een mix van klassiek en beats. Vooral tijdens de hevige stukken vond ik hem er gaaf. Dat de musici zo nu en dan een steekje lieten vallen was begrijpelijk daar het de eerste keer was dat ze met een dvd vertoning meespeelden in plaats van een film. (dat scheelt toch wat frames per seconde met een oude film als deze.)


En de film zelf is echt wat anders. Zoals gezegd is het een soort van documentaire over hekserij, het occulte en de inquisitie. Uiteraard in beeld gebracht door middel van korte verhalen waarbij de nodige dingen bij zijn verzonnen.We krijgen te zien hoe heksen spreuken maken, hoe de kerk op ze jaagt en wat voor middelen ze gebruiken om de vermeende heksen te laten bekennen. Ook komt de duivel zelf meerdere keren langs, waarbij je versteld zult staan van de make-up waar ze toen tot in staat waren. Het pronkstuk van de film is echter een zwarte mis waar alle registers opengetrokken worden. Geweldige sets, make-up en heerlijk geschoten. Je zit even een kwartiertje me je mond open naar het scherm te kijken. Ook de muziek van Toma en friends was erg heftig tijdens deze scene waardoor het allemaal nog weer net even leuker werd. Nadeel is dat deze scene ergens halverwege de film zit en het daarna nergens meer zo idioot gaaf wordt. Want helaas zitten er tussen alle uitzinnigheid ook een aantal behoorlijk droge stukken.


Häxan is een film die iedereen een keer gezien moet hebben, soms is het documentaire element best knullig en werk het meer dan 80 jaar nadat de film gemaakt werd wat op de lachspieren. Maar sommige scenes zien er geweldig uit en zo nu en dan zul je vol verbazing naar de groteske beelden op je scherm kijken. Ik zag de 104 minuten lange versie die ik toch wel wat aan de lange kant vond, het alternatief is een 76 minuten durende versie. Deze heb ik nog niet gezien maar 30 minuten korten lijkt me ook gelijk weer wat te veel van het goede. Je kunt zelf oordelen want beide versies krijg je als je de Criterion dvd koopt. 

Trivia: Het was oorspronkelijk het idee om het script samen met historische experts te schrijven. Het bleek echter dat deze het idee van een film over hekserij niet goedkeurden.

Destijds de duurste film gemaakt in Scandinavië.

Score: 




Häxan is niet in Nederland uit op DVD. Via Amazon UK heb je de volgende opties:

Hiruko: The Goblin (Shinya Tsukamoto, 1991)



Yôkai hantâ: Hiruko ofwel Hiruko: The Goblin is een film van Japanse cultfavoriet Shinya Tsukamoto. Tsukamoto is vooral bekend van zijn cyberpunk-klassieker Tetsuo en het sfeervolle Vital, maar zijn oeuvre heeft nog veel meer interessants te bieden. Hoewel er veel onderlinge verschillen zijn, zijn al zijn films op de een of andere manier wel duister en messed up, en laat hij vaak toch wel een kenmerkende stempel achter. Hiruko draagt deze stempel ook, maar wel in wat mindere mate dan we van hem gewend zijn, het staat dan ook een beetje bekend als zijn 'popcorn' film. Van tijd tot tijd hoeft daar echter helemaal niets mis mee te zijn!

In het begin van de film zien we professor Yabe, een docent/archeoloog die oude ruïnes aan het zoeken is die zich schijnen te bevinden onder een idyllisch Japanse bergdorpje. Een van zijn studentes is nieuwsgierig en volgt hem een grot in, maar al snel worden de twee aangevallen door een onbekend wezen. Vervolgens volgen we Yabe’s zoon Masao die met zijn vrienden op zoek is naar aanwijzingen over zijn verdwenen vader en het meisje (waar hij verliefd op was). Het duurt niet lang voordat Masao gescheiden raakt van zijn vrienden, maar hij loopt wel een ex-collega van zijn vader, genaamd Hieda, tegen het lijf. Hieda is geobsedeerd met zogeheten yokai, een verzamelnaam voor allerlei soorten monsters in Japan (helaas een beetje scheef vertaald als 'goblin'), en volgens hem heeft professor Yabe per ongeluk de yokai Hiruko vrijgelaten. 


Dit is wanneer de vlam in de pan slaat; Masao vindt zijn vrienden een voor een terug, onthoofd en wel (inclusief bloedfonteinen). Hij zal hun gezichten echter nog meerdere malen terugzien, want de onzichtbare Hiruko heeft een leger aan spin-achtige wezens waar hij graag de hoofden van zijn slachtoffer bovenop plakt wat leidt tot heel interessante scènes. Opmerkelijke sidenote is overigens dat iedere keer wanneer er iemand sterft Masao bizarre, stomende, gezichtvormige brandwonden op zijn rug krijgt. Masao en Hieda moeten samen de ruïnes gaan onderzoeken op zoek naar Yabe en een manier om Hiruko tegen te houden. Ze zijn gelukkig (of niet?) gewapend met Hieda’s zelfgemaakte anti-yokai wapens, en de verdachte conciërge die af en toe voorbij wandelt zal ook nog een rol spelen.


Het is vanaf het begin af aan al volledig duidelijk dat de film zichzelf niet al te serieus neemt. De monsters zien er soms best goed uit maar af en toe is het ook echt crappy stop-motion, maar dat kan de pret niet drukken. Tsukamoto’s speelse editing en sound design, lollig overacting en het gebruik van ontzettend cheesy 70s/80s muziek (vooral bij de dromerige blije stukjes) doen op een soort manier best wel denken aan het psychedelische horrorcomedy meesterwerk House (Hausu, 1977). Zoals ik al zei is dit niet echt een typische Tsukamoto, daar is hij veel te luchtig voor, maar de regisseur en de cast hebben duidelijk plezier gehad bij het maken van deze film. Al met al een bescheiden en geslaagde horrorcomedy.

 Score:




Hiruko: The goblin is in Nederland verkrijgbaar op DVD:


Of via amazon (ook regio 2)

3 jan. 2013

There's Nothing Out There! (Rolfe Kanefsky, 1991)

Op de hoes van deze Troma-productie staat te lezen: "Rolfe Kanefsky invented the self-referential horror flick with THERE'S NOTHING OUT THERE (an idea copied by Kevin Williamson's screenplay for SCREAM several years later)."

En dat zou best wel eens kunnen kloppen. There's nothing out there gaat over een groepje jongeren dat op vakantie gaat naar... een "cabin in the woods". Eén van deze jongeren, Mike, heeft heel wat horrorfilms gezien en weet dat dit niet goed kan gaan. Hij waarschuwt de anderen steeds, maar die willen uiteraard niet luisteren. Natuurlijk duurt het niet lang voordat er inderdaad een monster komt opdagen: een alien die zich probeert voort te planten en met stralen uit z'n ogen anderen zijn wil kan opleggen...


Rolfe Kanefsky schreef het script toen hij nog op 'junior high' zat als jongen van achttien, twee jaar later werd de film opgenomen. Kanefsky had het filmvirus van geen vreemde: zijn vader Victor was filmmonteur, en werkte onder andere mee aan The Incredible Torture Show (a.k.a. Bloodsucking Freaks), ook een film uit de Troma-stal.

Scream zou inderdaad wel eens deels door There's Nothing Out There beïnvloed kunnen zijn. Mike geeft zelf op een bepaald moment de drie regels hoe zijn vrienden de film moeten overleven, wat bijna exact zo gaat als in de bekende scène uit het latere Scream, waarin film nerd Randy dat doet.


There's Nothing Out There zit sowieso volgepropt met zelfbewuste grappen. Mike becommentarieert luidkeels de stomme beslissingen die zijn vrienden maken. Geërgerd geeft hij commentaar als ze bedenken in hun eentje het bos in te lopen of te gaan skinnydippen, activiteiten die in horrorfilms tot een zekere dood leiden.
Vervolgens komt er een ander groepje jongeren aan die echt gaan skinnydippen, en daarbij in een discussie losbarsten over de locatie waar ze zijn: "Is this the camp by the lake? No it is the house by the pond!"
Het meta gehalte wordt verderop in de film nog verder opgekrikt als de personages zich hardop beginnen af te vragen of ze misschien niet zelf in een horrorfilm zijn beland...


Naast al deze grapjes biedt de film nog meer amusementswaarde: het tempo ligt hoog, en zoals het hoort in een Troma-film zijn er volop lachwekkende special effects (vooral het rubberen of plastic monster is hilarisch), veelvuldige titty shots en mag uiteraard ook het bloed niet ontbreken. Geen film voor iedereen, maar de liefhebber van Troma en horrorfans die ook van films als Scream, Tucker & Dale vs. Evil en The Cabin in the Woods houden zullen zich hier prima mee vermaken.

Score:

The Phantom Carriage / Körkarlen (Victor Sjöström, 1921) - 100 Jaar Horror

Een nieuw jaar is aangebroken en mijn goede voornemen is om deze "film uitdaging" dit jaar nog te voltooien. Met twee films per week moet dat te doen zijn, het is nu nog even zoeken naar geschikte en beschikbare films maar zodra we het stille filmtijdperk voorbij zijn moet ook dat vast geen problemen meer opleveren. Want een "film uitdaging" is natuurlijk geen uitdaging als je er eens in de zoveel tijd wat aandacht aan besteedt. Dus daarom ga ik er nu vaart achter zetten en ga ik zo snel mogelijk 100 horrorfilms kijken en bespreken die ik nog niet eerder zag, uit elk jaar één. Ik ben begonnen in 1912 en zal eindigen met een film uit 2012.

Met deze film levert de beschikbaarheid overigens ook totaal geen problemen op want deze film is zowel op DVD en Blu-Ray te verkrijgen op het gerenommeerde Amerikaanse Criterion label (en daarnaast ook in andere landen op DVD).

In Körkarlen (De originele Zweedse titel) vieren drie beschonken zwervers de laatste uren van het jaar op een kerkhof zodat ze op de kerkklok kunnen zien wanneer ze hun glas kunnen heffen op het nieuwe jaar. Het duurt nog even voordat het zo ver is dus verteld David zijn vrienden over de legende van de "Phantom Carriage". Volgens deze legende moet degene die tijdens de laatste klokslagen van het jaar komt te overlijden het komende jaar de koets van de dood berijden en de zielen van de overleden collecteren. Een deprimerend werkje waarbij één dag als een geheel jaar voelt.


Even verderop ligt Edit op sterven, mede door toedoen van David. Ze vraagt of iemand David kan halen want de twee hebben nog iets uit te praten. David heeft hier echter geen belang bij en tijdens een vechtpartijtje die daarom ontstaat laat hij het leven, tijdens de laatste klokslagen van het jaar. Het duurt niet lang voordat de koets met de huidige ongelukkige voorrijdt. Maar eerst krijgt David nog te zien waarom hij dit verdient heeft.

The Phantom Carriage heeft een mooie vertelstructuur met verhalen in verhalen, flashbacks en een samenkomen van gebeurtenissen. Al krijg je soms wel even sterk het idee dat je naar een variant van The Christmas Carol aan het kijken bent, en dat komt niet alleen door de gestalte die lijkt op de dood of het feit dat de twee als geesten verschijnen, want het is toch ook wel een wat moraliserend verhaal. Ik had graag wat meer beelden gezien van de koets en zijn berijder, want deze scenes zijn super sfeervol en prachtig om te zien. Ze zijn gedaan met dubbele belichting, wat later misschien gezien zou worden als een simpele techniek maar in deze film is het op zo'n manier gedaan dat je alleen vol bewondering naar de beelden kunt kijken.


Ondanks dat dit toch eigenlijk meer een drama dan een echte horrorfilm is heb ik mij er prima mee vermaakt, sterker nog, ik was eigenlijk verrast dat er in 1921 films als deze gemaakt zijn. In het laatste deel zitten wel een paar scenes die van mij wel iets minder lang hadden mogen duren maar ik had niet het idee dat ik een stomme film van 107 minuten had gekeken toen ik klaar was.Deze film verdient gezien te worden, en niet alleen door fans van horrorfilms. Tot nu toe de beste film die ik zag voor de uitdaging en ik heb het idee dat dit voorlopig ook wel zo blijft.

Na Der Golem de tweede film die 4 sterren verdient, al is het nog steeds wachten op de eerste volbloed horrorfilm.

Trivia: Ingmar Bergman was een groot fan van deze film en heeft gezegd dat het een grote invloed was op zijn werk. Regisseur Victor Sjöström zou later ook in Bergman's Wild Strawberries (1957) acteren.

In 1958 volgde een remake.

Score: